Atlas van Nederland

 

 

Deel 10

Landbouw

 

Bedrijfsleven aan de poort van Europa

 

Nederland is een industriële laatbloeier. De oudste industriegebieden zijn nu echter nauwelijks meer herkenbaar en het traditionele beeld ervan is vergruisd. Textielsteden en mijnzetels zijn verdwenen. Hoe ziet het bedrijfsleven er regionaal uit, nu grote internationale ondernemingen zich manifesteren? Hun hoofdzetels vinden we in de grote steden, hun fabrieken in de jonge industriegemeenten in het noorden en zuiden van het land, hun distributiecentra in de havens en in het midden van het land. 

 

Naast kantoren en fabrieken vormen de landbouwbedrijven een hoeksteen voor de welvaart. Elke streek toont een eigen gezicht in de agrarische sector. Achter deze verscheidenheid gaat één vrijwel allesbeheersende factor schuil: de werking van de Europese Gemeenschappelijke Markt. Landbouw biedt het regionaal rijk geschakeerde portret van een bloeiende bedrijfstak. De betekenis van de landbouwgebieden voor onze volkshuishouding wordt in kaart gebracht naar aard en omvang van de productie, export en betekenis voor de werkgelegenheid, zowel voor de agrarische beroepsbevolking als voor de toeleverende bedrijven.

 

bron: Atlas van Nederland, Proefdeel, 1984 (Prof. Dr. M. de Smidt)  

copyright: 2001, Stichting Wetenschappelijke Atlas van Nederland